Begeleiding van taal en spraak
Taal
Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis beheersen één of meerdere aspecten van het Nederlands onvoldoende. Het gaat hier om de mondelinge taalvaardigheid van een kind die zich grotendeels ontwikkelt in de eerste tien levensjaren en niet om de vaardigheden die een kind in de lagere school aangeleerd krijgt binnen het vak “taal” (zoals zinsontleding, woordleer, …). De taalontwikkeling wordt stapsgewijs opgebouwd in de begeleiding.
Begeleiding lezen (Nederlands)
Een logische start van een leesbegeleiding is het lees- en spellingonderzoek. Hieruit kan duidelijk opgemaakt worden op welk niveau het kind of de jongere presteert en welk zijn of haar leesstrategie is. Zo kan de begeleider op het niveau van het individuele kind beginnen. De leesbegeleiding kan opgesplitst worden in 2 deelaspecten, namelijk het technisch en het begrijpend lezen.
Begeleiding spelling (Nederlands)
Net zoals bij de begeleiding van het lezen, is het eveneens bij spelling zinvol te starten vanuit het lees- en spellingonderzoek. Ook hier is aandacht voor de deelvaardigheden van de spelling, onder andere de klank-tekenkoppeling (de verbinding maken tussen een klank en het teken dat daarmee overeen komt). Verder zijn er visuele (het verschil zien tussen tekens) en auditieve vaardigheden (het verschil horen tussen klanken) nodig om correct te kunnen schrijven. Daarnaast wordt de spellingbegeleiding opgebouwd vanuit de verschillende soorten spellingfouten (basis-, regel-, keuzeteken- en weetwoordfouten).
Articulatie
De volgorde waarin de klanken worden aangeleerd, is gebaseerd op de normale spraakontwikkeling. De klanken worden op verschillende niveaus ingeoefend: klankniveau, syllabisch niveau, woordniveau, zinsniveau en spontane spraak. Binnen deze niveaus oefenen we de klank in het begin, in het midden en op het einde van een woord.
Lees meer over onderzoek naar articulatie
Vreemde talen
Bij het leren van Frans, Engels, Duits, … kunnen heel wat problemen opduiken. De begeleiding vreemde talen richt zich op de uitspraak, woordenschat, zinsbouw, lezen en spelling van de vreemde taal. De woordenschat wordt systematisch in kleine stapjes uitgebreid, zinsbouw wordt eerst mondeling en daarna schriftelijk geoefend. De grammaticaregels worden op een zo eenvoudig mogelijke wijze aangebracht. Overzichtsschema’s worden samen opgesteld in het Nederlands. Taalspelletjes bevorderen het flexibel omgaan met de leerstof én de motivatie.
Lees meer over onderzoek naar lees-en spellingproblemen en onderzoek naar vreemde talen