Psychomotorische begeleiding

Psychomotorische therapie is een behandelingsvorm waarbij er gewerkt wordt rond de basisvaardigheden in de ontwikkeling van een kind. Daarbij gaan we uit van de wisselwerking tussen het denken en voelen (psyche) en het bewegen (motoriek).

Tevens wordt tijdens een psychomotorische begeleiding het kind steeds aangeleerd te denken en handelen volgens een probleemoplossende wijze, rekening houdende met de nodige gedragsmatige aspecten. In die zin richt de psychomotorische therapie zich ook op aspecten als werkhouding, aandacht en concentratie, faalangst en het ontwikkelen van een adequate denk- en leerstijl. Zo kunnen bepaalde oefeningen gegeven worden die het kind leren om nauwkeurig en accuraat te zijn, informatie duidelijk en volledig op te nemen, impulsiviteit af te remmen, systematisch te zoeken, regels te identificeren en toe te passen, enz.

Binnen de psychomotorische therapie worden motivatie en plezierbeleving in het leren vooropgesteld. Er wordt steeds op een kindvriendelijke manier gewerkt aan de tekortkomingen van het kind. Dit gebeurt vaak aan de hand van spel- en bewegingsopdrachten.

Lichaamsbesef en grove motoriek

Onder lichaamsbesef verstaan we het kennen en bewust worden van je lichaamsdelen, houdingen en bewegingen. Dit is nodig om correct te kunnen bewegen. Een aantal motorische vaardigheden die voor de kinderen nog moeilijk zijn of onvoldoende geautomatiseerd zijn, worden aangeleerd of verder ingeoefend. Ook kunnen bewegingsopdrachten gegeven worden om het bewegingspatroon, het evenwicht, de coördinatie en de bewegingscontrole te verbeteren. Het kind zal hierdoor in het dagelijks leven gemakkelijker functioneren en minder problemen ondervinden van zijn ‘onhandigheid’.

Fijne motoriek en schrijfmotoriek

Bij een goede fijne motoriek verlopen de bewegingen van armen, handen en vingers soepel en zijn deze goed op elkaar afgestemd. De handontwikkeling, vingerdifferentiatie en samenwerking tussen de handen kunnen specifiek gestimuleerd worden aan de hand van speelse oefeningen en opdrachten aangepast aan de noden van het kind.

Bij schrijfmotorische problemen wordt een goede schrijfhouding en pengreep aangeleerd. Via schrijfpatronen wordt een vlotte beweging van elleboog, pols en vingers ingeoefend. Bij het handschrift zelf wordt er onder andere gewerkt aan een duidelijke lettervorming en letterverbinding, regelmatigheid en vloeiendheid.

Visuele waarneming en visuomotoriek

Onhandigheid gaat vaak gepaard met verkeerd of vertraagd waarnemen. We moeten kunnen interpreteren wat we zien en onze beweging hier ook op afstemmen. Sommige kinderen vinden het ook moeilijk om verschillen in richting of details op te merken en kunnen daardoor soms niet goed het onderscheid maken tussen verschillende letters.

Ruimtelijk inzicht

Ruimtelijke inzicht hebben we niet alleen nodig om de weg te vinden of een plan goed te kunnen volgen. Ook bij rekenen en meetkunde hebben we voldoende ruimtelijk inzicht nodig om dit goed te kunnen begrijpen. In de psychomotorische therapie stimuleren we specifiek de kennis en toepassing van de verschillende ruimtebegrippen, leren we voorwerpen lokaliseren vanuit ons eigen standpunt of vanuit wisselende standpunten, leren we werken met coördinaten (en vb. toepassingen hiervan zoals het honderdveld), bouwen we met blokken constructies na en maken hiervan grondplannen, aanzichten, enz.

Lateralisatie

Lateralisatie is een complex proces dat zich afspeelt in onze hersenen waarbij onze twee hersenhelften leren samenwerken. Dit proces zorgt er o.a. voor dat we een voorkeurskant ontwikkelen en een vaste werkrichting kunnen aanhouden. Kinderen met een onduidelijke handvoorkeur kunnen via oefeningen begeleid worden in de keuze van hun schrijfhand.

Relaxatie

Als leren niet vanzelf gaat, treden er vaak spanningssymptomen op en kan er faalangst ontstaan. Kinderen kunnen op uiteenlopende wijzen reageren: impulsief, overbeweeglijk, teruggetrokken, agressief, verkrampt, onzeker, hoofdpijn, buikpijn, … .Via relaxatietechnieken leren ze hoe ze hun spanning kunnen reguleren zodat ze meer greep krijgen op zichzelf.