Lezen en spellen
Het lees- en spellingonderzoek houdt in dat de technische lees- en spellingvaardigheden van een kind zowel op woord- als op zinsniveau worden onderzocht. Voor het lezen op woordniveau moet het kind bestaande woorden en nonsenswoorden lezen. Zo wordt nagegaan of de teken-klankkoppeling voldoende beheerst is. Vervolgens wordt de leesvaardigheid op tekstniveau getest. De kwaliteit van het lezen (aantal fouten) gekoppeld aan de leessnelheid wordt hierbij getoetst. Bij jongeren vanaf het midden van het zesde leerjaar wordt ook de leesvloeiendheid (haperend lezen, herhalend lezen) onderzocht. Afhankelijk van de vraag wordt ook het leesbegrip nagegaan.
Voor spelling wordt een woorddictee en een zinnendictee afgenomen. Voor kinderen van de lagere school is een kwalitatieve en kwantitatieve analyse mogelijk. Voor de jongeren van het secundair is er alleen een kwalitatieve analyse, die weliswaar geen precieze achterstand toont, maar wel de sterke en zwakke punten van het kind of jongere aan het licht brengt.
Lees meer over begeleiding van taal en spraak